Je staat voor het rek. Dertig flessen.
Extra vergine. Eerste koude persing. Rechtstreeks van de boer. Biologisch. Traditioneel. Op elk etiket staat iets wat goed klinkt.
Op geen enkel staat wat je eigenlijk wil weten. Is dit goed, of betaal ik weer voor een mooi etiket.
Ik woonde al een tijdje in Toscane toen ik ontdekte dat ik het zelf eigenlijk ook niet wist.
Ik dacht dat rechtstreeks van de boer altijd beter was. Ik dacht dat liefde en passie volstaan. Ik dacht dat ik het verschil wel zou proeven.
Ik had het over bijna alles fout.
Nu zit ik in een officieel proefpanel in Firenze. Zes tot acht olijfolies per sessie, witte bekertjes, geen etiketten. Niemand zegt iets tot iedereen klaar is met proeven.
Daar leer je dat proeven geen kwestie van smaak is, maar van weten waar je op let.
Dat kan je thuis ook. Daarom schreef ik Leer proeven.
Je begint met de flescheck. Negen vragen over de olijfolie die nu in je keuken staat. De eerste vier beantwoord je zonder de fles te openen. De rest met een glaasje in je hand. Onderaan tel je op en weet je waar je staat.
De rest van de gids legt uit waarom elke vraag telt. Wat je hoort te ruiken en wat er mis is als je niets ruikt. Waarom bitter geen fout is maar een bewijs. Wat er echt verschilt tussen een supermarktfles, een fles van de boer en een premium fles. En waarom je je beste olijfolie nooit in een hete pan gooit.
Je hoeft niets te kopen. Je gebruikt de fles die je al staan hebt.
Wat je eraan overhoudt: de volgende keer dat iemand aan je tafel zegt dat olijfolie toch gewoon vet is, geef je hem een glaasje. En dan leg je uit wat hij proeft.
Alles is trouwens uitverkocht tot december.
De gids krijg je meteen in je mailbox.
En je hoort het als eerste wanneer de pre-order opent op 1 oktober.
A presto!
Lies
